Clock times take om: om tien uur. Days and dates take op: op dinsdag. Months, seasons and years take in: in januari. Over plus a length of time means from now: over een week.
Examples
- De afspraak is op dinsdag om half elf.
- The appointment is on Tuesday at half past ten.
- Kunnen we de afspraak verzetten naar volgende week?
- Can we move the appointment to next week?
- Over een week ben ik weer vrij.
- In a week I am free again.
The mistake to avoid
Half elf means half past ten in Dutch, not half past eleven.
Where this fits in
Plannen & afspraken, Dutch A2: Iets voorstellen, een afspraak maken of verzetten en praten over het weer dat de plannen verandert.