Most verbs build the perfectum with hebben, but verbs of movement and of changing state take zijn: ik ben gegaan, ik ben gebleven, ik ben teruggekomen. For ago, Dutch puts geleden after the amount of time: twee dagen geleden.
Examples
- Gisteren ben ik naar Utrecht gegaan.
- Yesterday I went to Utrecht.
- Twee dagen geleden heb ik haar gebeld.
- Two days ago I called her.
- Vorige week zijn wij thuisgebleven.
- Last week we stayed at home.
The mistake to avoid
Geleden comes after the time: twee dagen geleden, not "geleden twee dagen".
Where this fits in
Talking about the past, Dutch A2: Tell stories about yesterday, last weekend, and life experiences using the perfectum.