Many Dutch verbs come with a preposition you have to learn: zorgen voor, kijken naar, wachten op. When the thing after that preposition is not a person, Dutch cannot use het - it uses er and fuses the two: ervoor, erop, ernaar.
Examples
- Maak je geen zorgen, ik zorg ervoor.
- Do not worry, I will take care of it.
- Wij wachten nog op een oplossing.
- We are still waiting for a solution.
- Ik kijk er morgen naar.
- I will look at it tomorrow.
The mistake to avoid
Voor het is wrong for a thing - it has to be ervoor.
Where this fits in
Telefoon, berichten & kleine problemen, Dutch A2: Bellen en appen, je excuses aanbieden, een misverstand ophelderen en om hulp vragen - het dagelijks leven als iets niet volgens plan gaat.