We use cookies for anonymous analytics to improve Semantix. See our Privacy Policy.
CEFR B1 · Intermediate
At B1 the imperfectum arrives beside the perfectum, so you can set a scene (het regende, ik was tien) and then narrate what happened in it, and you meet the small words that mark a fluent speaker: er in its four uses (er is, ik heb er twee, ik denk eraan), the daar- and waar- forms that stand in for a preposition plus 'it', and relative clauses with die, dat and met wie. The vocabulary turns to opinions and work - volgens mij, aan de ene kant, solliciteren, aanbevelen - and you can follow an everyday conversation, a news item or a work email without translating word by word.
61 words · 3 units · 3 grammar points
Use the imperfectum (onvoltooid verleden tijd) to talk about how things used to be, describe the past, and narrate ongoing actions interrupted by another event.
Master the four uses of er - place, existence, quantity and with a preposition - and the daar- and waar- forms that replace 'it' after a preposition.
Describe people and things with relative clauses: die for de-words and plurals, dat for het-words, wie and waar- after a preposition, and wat after alles, iets and niets.
The first 40 of 61, in frequency order.
| Dutch | English | Example |
|---|---|---|
| de ervaring | the experience (de) | Zij heeft veel ervaring. |
| de relatie | the relationship (de) | Wij hebben een goede relatie. |
| de samenleving | the society (de) | De samenleving verandert. |
| het milieu | the environment (het) | We moeten het milieu beschermen. |
| de economie | the economy (de) | De economie groeit. |
| de politiek | politics (de) | Politiek interesseert me. |
| het verschil | the difference (het) | Er is een groot verschil. |
| het voordeel | the advantage (het) | Dat is een groot voordeel. |
| het nadeel | the disadvantage (het) | Het enige nadeel is de prijs. |
| de mogelijkheid | the possibility, opportunity (de) | Is er een mogelijkheid om later te betalen? |
| de beslissing | the decision (de) | Dat is een moeilijke beslissing. |
| de mening | the opinion (de) | Wat is jouw mening? |
| de reden | the reason (de) | De reden is eenvoudig. |
| het doel | the goal (het) | Mijn doel is duidelijk. |
| de oplossing | the solution (de) | Wij zoeken een oplossing. |
| het probleem | the problem (het) | Geen probleem! |
| het voorstel | the suggestion, proposal (het) | Ik heb een voorstel. |
| de waarheid | the truth (de) | Vertel me de waarheid. |
| de toekomst | the future (de) | De toekomst is open. |
| het verleden | the past (het) | Dat is verleden tijd. |
| ontwikkelen | to develop | Wij ontwikkelen een nieuwe app. |
| betekenen | to mean | Wat betekent dat? |
| beweren | to claim, to assert | Ze beweren dat ze onschuldig zijn. |
| vermoeden | to suspect, to assume | Ik vermoed dat ze niet komt. |
| uitleggen | to explain (separable: legt uit) | Kun je dat uitleggen? |
| beschrijven | to describe | Kun je het huis voor me beschrijven? |
| vergelijken | to compare | Vergelijk de twee teksten. |
| onderscheiden | to distinguish, to differentiate | Ik kan ze niet onderscheiden. |
| vermijden | to avoid | Vermijd de file. |
| toestaan | to allow, to permit (separable: staat toe) | De school zal dat nooit toestaan. |
| verbieden | to forbid, to ban | De gemeente wil vuurwerk verbieden. |
| slagen | to succeed; to pass (an exam) | Ik hoop te slagen voor mijn examen. |
| falen | to fail | Zonder goede voorbereiding zal het plan falen. |
| solliciteren | to apply (for a job) | Ik ga solliciteren naar die baan. |
| ontslaan | to fire, to dismiss | Het bedrijf wil twintig mensen ontslaan. |
| aanbevelen | to recommend (separable: beveelt aan) | Kun je een goed restaurant aanbevelen? |
| verwachten | to expect | Wij verwachten gasten. |
| eisen | to demand, to require | Ze eisen te veel van ons. |
| afwijzen | to reject (separable: wijst af) | Ze gaat het aanbod afwijzen. |
| aannemen | to accept; to assume (separable: neemt aan) | Ik ga het aanbod aannemen. |